Een heleboel uren zitten erin, in het schrijven van verhalen, een novelle of een roman. Aangezien ruim 90% van de schrijvers in de Lage Landen niet kan leven van schrijven alleen, vindt dat schrijven voornamelijk plaats in de avonduren, weekenden en vakanties. Uren die anderen besteden aan de kroeg, uit eten gaan, de film, sociale contacten of vreemdsoortige hobby’s, brengen noest werkende schrijvers door achter laptop of schrijftafel. Iedere gek zijn gebrek moet u maar denken.

Die uren zitten echt niet alleen in het schrijven zelf. Die uren zitten ook in het bedenken van de verhaallijn, het zoeken van goede namen voor de karakters, research naar kleine en grote feiten, in het navelstaren, contempleren en het intikken en weer weghalen. En dan moet het schrijven zelf dus nog beginnen. En het nakijken, verplaatsen van zinnen, woorden, komma’s, aanhalingstekens en passages. Het opnieuw schrijven. Het redigeren en corrigeren. Uren, uren en nog eens uren. Een schrijver moet soms vechten om die uren. Vechten om ze daadwerkelijk te kunnen besteden aan het proces. Ruimte en tijd zijn een groot goed. Opsluiten, focussen, concentreren.

En dan heb je, als het meezit, na heel erg veel uren zo’n beetje 50.000 woorden verzameld. Woorden die in een volgorde staan waar je nog enigszins tevreden mee bent. Woorden die uitdrukken wat je eigenlijk wilt zeggen. Ben je, zoals ik, in de ongelukkige omstandigheid dat je korte verhalen schrijft, moet je gaan nadenken in welke volgorde je verhalen zouden moeten staan. Dat zijn wederom uren.

En als je, wederom zoals ik, dan ook nog eens die 50.000 woorden wilt publiceren, omdat je de ijdelheid hebt dat anderen ook graag jouw woorden lezen, dan wordt het pas echt ingewikkeld.
Je kunt de lijdensweg van uitgevers zoeken bewandelen. Of je toespitsen op self-publishing. Of, zoals ik (daar ben ik weer), je eigen werk via je eigen uitgeverijtje naar buiten laten komen.

Een grote uitgever heeft allerlei knappe vakmensen in dienst die van alles voor jou doen. De cover ontwerpen bijvoorbeeld. ISBN-nummers aanvragen. Een perslijst samenstellen. De opmaak van jouw 50.000 woorden doen, zodat het er mooi uitziet in een gedrukt boekje of een e-pub. Met inhoudsopgave, met voorwoord, met inleiding, een achterflap tekst. Self-publishers of mini-uitgevertjes zoals EroScripta hebben die luxe niet. Die doen dat al-le-maal zelf. Uren stapelen zich wederom op de uren. Want als schrijver moet je tegenwoordig overal verstand van hebben. Van papiersoorten en dikten, van pixels van de foto’s, van e-pub2 of e-pub 3, van conversieprogrammas, van websites waarop je het moet kunnen downloaden en betaalsystemen die dat mogelijk maken.

En na al die uren, lieve lezers, na al die vele uren zwoegen en zweten en wachten en vloeken en uithuilen en overnieuw beginnen, gloort er ineens de dag dat het waar is: het boek is er!

Mijn derde Lustkronieken is vandaag geboren en is vanaf vandaag verkrijgbaar in de webshop van EroScripta. Dat is een vreemde ontlading. Een soort pleister die je van een wonde trekt. Want ineens liggen al die uren die in mijn 50.000 woorden zitten open en bloot voor iedereen te zien. Dat maakt blij en opgewonden en dat doet vreemd genoeg ook een beetje pijn.

En ook nu volgen er weer uren. Uren van promotie maken, persberichtjes sturen, vragen om recensies, veel op social media zitten en iedereen vertellen die het maar horen wil dat Jouw Nieuwste Kind te koop is.

Waarom schrijvers dit zichzelf aandoen? Omdat het leuk is, fijn is, noodzakelijk is en een absurd groot bevredigend gevoel geeft. IJdelheid kent geen grenzen.

In ieder geval: na al deze uren die ik in liefde besteed heb, liggen er ruim 50.000 woorden, verdeeld over 40 verhalen, voor u klaar in de webshop van Eroscripta onder de naam ‘Lustkronieken 3‘.
En hoop ik, met gekruiste vingers, een beetje een knoop in mijn maag en met gloeiende wangen, dat u het leest en mooi vindt.

Comments

Reacties